Home  /  Laaggeletterdheid  /  Mijn diploma heb ik nu twee jaar. Dat papiertje, dat zit in mijn hart en is voor mij van onschatbare waarde.

Mijn diploma heb ik nu twee jaar. Dat papiertje, dat zit in mijn hart en is voor mij van onschatbare waarde.

Mijn diploma heb ik nu twee jaar. Dat papiertje, dat zit in mijn hart en is voor mij van onschatbare waarde.

Anja (44), uit Drachten is werkzaam in de zorg. Zij was tot voor kort laaggeletterd en is nu taalambassadeur laaggeletterdheid. Vanuit deze rol geeft ze bekendheid aan wat laaggeletterdheid is. 

 

 

We stelden haar 10 vragen: 

 

 

Anja, Wat waren jouw ervaringen op school? 

 

“Tot mijn tiende levensjaar ging ik naar de “gewone” basisschool. Daarna ging ik naar een school voor speciaal onderwijs. Een echte diagnose heb ik nooit gehoord. Ik kon niet zo goed meekomen, werd er gezegd. Ik ging van een klas met 40 leerlingen naar een met 12 leerlingen, waardoor er meer aandacht voor mij was. Daardoor voelde ik mij prettiger, maar als leerling van een speciaal onderwijs school heb ik mij altijd wel “minder” gevoeld. Ik had steeds het idee dat er op ons werd neergekeken. Toch lukte het om in de kleinere klassen de lesstof wat beter op te pikken. Maar de angst om een beurt te krijgen in de klas, wat op de gewone basisschool gebeurde, was niet weg. Ik ben altijd bang gebleven dat ik tijdens zo’n beurt zou worden uitgelachen. Mondeling redde ik mij prima. Zo verbloemde ik mijn probleem ook. Ik gebruikte nooit briefjes of zo om dingen uit te leggen of om een boodschap achter te laten. Ik ging lezen en schrijven nog steeds zoveel mogelijk uit de weg. 

 

Wanneer en hoe kwam naar voren dat je laaggeletterd was? 

 

Tijdens een informeel gesprekje over de heg, nu 15 jaar geleden, vertelde mijn buurman, die gewoon een baan had, dat hij naar school ging om te leren lezen en schrijven. Na dat gesprekje was mijn besluit snel genomen: ik wilde dat ook. Ik wilde ook leren hoe ik kleine briefjes met een boodschap kon schrijven, wilde weten wat de verkeersborden onderweg betekenen, een routebeschrijving kunnen lezen. En niet te vergeten, een menukaart kunnen lezen! 

 

Deze scholing werd toen nog alleen door het Friesland College uitgevoerd. Inmiddels heet dit het Taalhuis en is het een samenwerkingsverband met de Bibliotheek. 1,5 Jaar lang, ben ik elke dinsdagavond samen met mijn buurman naar taalles geweest. Daar waren ook vrouwen die wel een diploma hadden en gewoon werkten. Voor mij was dat een signaal dat laaggeletterdheid overal voor kon komen. Ik vond het best pittig, om zo met taal bezig te zijn. Ik bleef dezelfde fouten maken. Mijn docent kwam er achter, dat wanneer hij mij buiten de klas om uitleg gaf in het Fries, er veel minder fouten in mijn verslagen zaten. En dus kreeg ik les in het Fries, een op een. Aan de klas werd uitgelegd waarom dit bij mij nodig was, om te voorkomen dat er werd gedacht dat ik een voorkeursbehandeling kreeg. Fries is mijn moedertaal. Ik kan me goed uitdrukken in het Nederlands, maar denk in het Fries en daardoor was het makkelijker om de instructies in het Fries in me op te nemen. Ik ben daar gestopt toen ik alle dingen die ik graag wilde en nodig had met lezen, had bereikt. 

 

Ongeveer 13 jaar geleden kwam ik via een re-integratietraject bij Zuid Oost Zorg terecht als woonkamer assistent. Eerst in de vorm van een stage. Diploma’s had ik niet, maar ik ben erg praktisch ingesteld en vond het mooi werk. Binnen mijn werk moest ik boodschappenlijstjes maken voor oudere bewoners. Dat kon ik niet. Een collega hielp me daarbij. Deze collega was discreet en vertelde het niet aan anderen. Zo bleef mijn probleem nog even verborgen. 

Maar omdat mijn werkgever zo tevreden was over mijn inzet  en talent voor de zorg, werd ik aangenomen en mocht ik een opleiding volgen. Toen moest ik wel eerlijk vertellen dat mijn Nederlands niet bepaald denderend was. De mensen van de opleiding reageerden super! “We gaan je steunen waar mogelijk!” zeiden de mensen van de opleiding. En dat gebeurde ook! Ik heb mij bij het Digitaalhuis aangemeld en werd hier bij de intake doorverwezen naar het Friesland College voor Nederlandse les, een zogenaamd formeel traject. Onder begeleiding van bevoegde leerkrachten heb ik daar les gekregen, meestal na werktijd.  Er was een grote sprong nodig in mijn niveau. Ik moest van niveau 1F naar 2F, anders kon ik mijn opleiding niet volgen en geen diploma behalen. Van de werkgever kreeg ik hier alle ruimte voor. Daarnaast werd er op de opleiding rekening gehouden met mijn werkrooster. Ik werd aan alle kanten geholpen. 

 

Zijn er naast je buurman nog meer mensen geweest die jou hebben aangemoedigd of hebben geïnspireerd om aan je taal te gaan werken? 

 

In de periode dat ik les kreeg bij het Friesland College waren er op televisie filmpjes te zien van prinses Laurentien, die laaggeletterden opriep om weer naar school te gaan. Dat gaf mijn nog meer motivatie en vertrouwen om de opleiding tot een goed eind te brengen. 

 

 

“Wat doet laaggeletterdheid met jou?” 

 

Het doet pijn dat je als volwassen vrouw hulp nodig hebt. Terwijl het zo normaal lijkt.  

Het doet mij ook weer pijn om te zien dat mijn neefjes en nichtjes, nu vele jaren later, tegen dezelfde problemen aanlopen op school als ik. 

Zolang je binnen het gemiddelde scoort op school, binnen de kaders valt, is alles ok. Maar zodra je daar onder of boven zit, heb je een probleem. Er is wat dat betreft niks veranderd.  

 

Wat voor advies heb je aan ouders die kinderen hebben met leesproblemen? 

 

Kies met het kind een boek uit dat echt de interesse van je kind heeft. Niet een boek dat school uitkiest. Daardoor ontstaat er meer beleving en gaat het lezen makkelijker. Als kind hoorde ik iedereen over het dagboek van Anne Frank. Ik was nieuwsgierig naar dat boek, maar lezen, dat deed ik niet. Het was te moeilijk. 

Door een docent van het Digitaalhuis werd ik gewezen op het bestaan van speciale laaggeletterdheidboeken. Dit zijn boeken voor volwassenen in eenvoudige taal. Zo kon ik eindelijk het Dagboek van Anne Frank lezen, en las ik ook: “Mijn naam is Sarah”,  een boek dat ook verfilmd is. Toen ik de boeken terugbracht, vroeg de docent: waar gingen de boeken over? Ik kon het met beleving aan haar vertellen, ik had plezier gekregen in lezen. De docente zei:” Het kwartje is voor jou gevallen”, je bent er klaar voor om terug te gaan naar de “gewone bibliotheekboeken”.  Ik heb vervolgens de “gewone” Anne Frank versie gelezen en dacht: waarom moet het eigenlijk zo moeilijk? Ik heb dezelfde beleving bij dit boek als bij de speciale voor laaggeletterden geschreven versie. Door angst en schaamte was ik bij boeken weggebleven. Nu heb ik eindelijk een beeld bij het verhaal en weet ik eindelijk waar iedereen het over heeft bij het noemen van Anne Frank. 

 

Wat is er voor jou veranderd sinds het lezen beter gaat? 

 

Om je een voorbeeld te geven: in Drachten is een croissanterie.  Wanneer ik daar iets wilde bestellen, wees ik voorheen een plaatje aan of een broodje dat al bij iemand op tafel stond en vroeg dan iemand anders om dit voor mij te bestellen. Nu kan ik zelf bestellen, en kan ik echt bestellen wat ik zelf lekker vind! Weet je wel hoe moeilijk het woord petit pain is om uit te spreken? Nu kan ik dat. Ik weet nu ook dat die winkel met die gele voorgevel de Xenos heet, en kan de letters van de ACTION lezen. Wanneer ik vroeger wilde weten waar er bijvoorbeeld een Jumbo supermarkt was, ging ik af op de tasjes die mensen bij zich droegen. Wanneer ik veel van die gele tasjes zag, wist ik dat ik in de buurt was. Het werd wel een stuk lastiger toen er ineens geen tasjes meer gratis mochten worden meegegeven.  Door het volgen van taallessen, het lezen van eenvoudige boeken en het vergroten van mijn woordenschat, begreep ik meer van de wereld om mij heen.  

 

En wanneer ik tegenwoordig twijfel over een woord, spreek ik het in op Google, en geeft Google mij met plaatjes en tekst de info die ik zoek. Ik kan het lezen! 

Toen ik begon met mijn opleiding zat ik op het niveau van iemand van groep 8. Voor de opleiding had ik minimaal niveau 2F nodig. Dat is mij met hard werken en hulp van anderen dus gelukt! Zonder hulp was mijn toelatingsniveau voor de opleiding niet voldoende geweest. 

 

Op mijn werk worden tegenwoordig medestudenten die moeite hebben met bijvoorbeeld verslagen lezen en schrijven, naar mij gestuurd. Ik stimuleer hen om meer te lezen, zodat ze hun diploma kunnen halen, net als ik en vertel hen waar ze moeten zijn voor hulp en opleidingsmogelijkheden. Daarnaast geef ik studieadviezen. Bij luisterexamens is het bijvoorbeeld belangrijk dat je leert om te luisteren, anders raak je de draad van het verhaal kwijt. Het nadenken, dat vaak een mechanisme is geworden om niet te falen, is bij een luisterexamen nu een nadeel. Je moet niet doordenken maar focussen op wat wordt gezegd. Anders raak je de draad van het verhaal kwijt.  

 

Wat is jouw advies aan werkgevers met betrekking tot laaggeletterdheid? 

 

We hebben elkaar allemaal nodig in een organisatie. Iemand die iets niet kan of ergens niet goed in is, wordt vaak bekritiseerd. Maar je kunt elkaar ook de hand reiken en helpen om iets wel te kunnen. Mijn huidige werkgever heeft dat goed in de gaten en pesterijen worden daar dan ook niet getolereerd. Iedereen heeft hier respect voor elkaar. 

 

Ik merk ook dat het taalgebruik op het werk “verengelst”. Veel Nederlandse woorden die voorheen goed te begrijpen waren worden ineens in het Engels gebruikt. Ik begrijp dat niet.  Daar wordt het werken alleen maar lastiger van. Laat shoppen gewoon weer winkelen zijn, en een website een pagina. 

 

Waar ben je het meest trots op? 

 

Mijn diploma heb ik nu twee jaar. Dat papiertje, dat zit in mijn hart en is voor mij van onschatbare waarde. Het is mij niet aan komen waaien, maar ik ben geslaagd met een 8. Geen hakken over de sloot zesje dus, maar een vette acht! Ik ging er voor, en het is mij gelukt! Het was mijn eerste diploma. Een MBO diploma nog wel. 

Tegenwoordig worden er ook in het speciaal onderwijs meer certificaten  uitgereikt. Dat is heel belangrijk voor het zelfvertrouwen. Het geeft zoveel meerwaarde aan jezelf. Ik vind dat mensen daar wel eens te makkelijk over denken.  

 

Toen ik 20 was heb ik mijn rijbewijs gehaald. Ik had extra lessen genomen. De rijschool werkte veel met dia’s en beelden. Beelden zijn voor mij makkelijker te begrijpen en dus haalde ik mijn theorie in 1 keer. Tot voor kort reed ik nooit naar het buitenland. Ik dacht dat ik dat niet kon omdat ik zoveel moeite had met lezen. Nu heb ik er vertrouwen in dat ik zelf de weg kan vinden. Een paar jaar geleden ben ik naar Leer gereden in Duitsland. Een mijlpaal! 

 

Heb je op dit moment nog hulp nodig op het gebied van laaggeletterdheid? 

 

Ik krijg geen hulp of les meer, maar ik train mezelf door boeken te blijven lezen. Ik daag mezelf bijvoorbeeld uit door te lezen over ziektebeelden. Dat is belangrijk om mijn leesniveau op peil te houden.  

 

Hoe ben jij taalambassadeur geworden? En wat houdt het in? 

 

Tijdens de taallessen op het Friesland College kregen we als opdracht om een website te beoordelen op begrijpelijkheid. Er werd ons toen verteld dat dit ook het werk is van taalambassadeurs, kijken hoe taal simpeler en makkelijker kan. Zodra ik mijn diploma in de zak had heb ik me daarom aangemeld als ambassadeur. 

Via ABC Friesland, belangenorganisatie voor laaggeletterden, weten instanties mij nu te vinden. Onlangs heb ik de GGD geholpen bij het begrijpelijk maken van de vaccinatiebrief. Een van de suggesties die ik heb gedaan is om met icoontjes te werken. Het icoontje van de vrouw met de zwangere buik, dat komt van mij! 

De tekst voor het coronaspotje van de RIVM dat op televisie is te zien is mede door mij aangepast. Ik word ook benaderd door de Belastingdienst en op scholen. Men is zich er steeds meer van bewust dat communicatie eenvoudig te begrijpen moet zijn. Ik vind het geweldig dat ik daar een bijdrage aan kan leveren! 

 

Dit interview is nagekeken op leesbaarheid door Taalambassadeur Anja, in samenwerking met coördinator van ABC Fryslân, Ine van Straten. 

 

 

 

ABC Friesland is een belangenorganisatie voor laaggeletterden. ABC Fryslân krijgt vanuit de Provincie Friesland, maar ook steeds vaker landelijk, verzoeken om mee te werken aan het testen van “moeilijke brieven” van bijvoorbeeld gemeentes of welzijnsorganisaties.  Bij coördinator Ine van Straten komen verzoeken binnen voor het geven van lezingen en interviews, en zij kijkt vervolgens welke taalambassadeur dit bezoek het beste kan uitvoeren. Het is belangrijk dat je als organisatie/instantie nagaat of de boodschap of brief die jij de wereld instuurt wel begrepen wordt door diegene die hem krijgt. 

 
Button